Hoe verpleegkundige Aafje het vertrouwen van haar wijk wint
Hoe verpleegkundige Aafje het vertrouwen van haar wijk wint

Hoe verpleegkundige Aafje het vertrouwen van haar wijk wint

Aafje werkt als verpleegkundige in de wijk in Winterswijk: "Ik ben onderhand onderdeel van het meubilair: ik werk al zeker vijftien jaar bij Sensire. Ik zou niet anders willen en moet er niet aan denken om ergens anders te werken. Waar vind je nou een werkgever waar je na de ene cliënt tien minuten door de mooie Achterhoek mag rijden naar de volgende cliënt? Of waar je op een mooie dag je lunch kunt eten onder een boom in het bos?"

Samen uit, samen thuis

"Ook op andere vlakken ervaar ik veel vrijheid. Doordat we werken met tijdsblokken, voel ik ruimte om zelf mijn werkzaamheden in te delen. Als ik bij een cliënt net wat meer tijd nodig heb, heb ik daar ruimte voor. Je hoeft dan niet later terug te komen, maar kunt het meteen afronden op het moment dat je er nog helemaal inzit. Ook is er zo wat speling als je tussendoor een oproep krijgt. Als mijn dienst is afgelopen en een collega moet nog naar een paar cliënten, neem ik de laatste cliënt over. Samen uit, samen thuis. Wat ik ook mooi vind, is dat we blijven leren. Via scholingen, maar ook van collega’s. Als we een nieuwe handeling tegenkomen, zijn er altijd mensen enthousiast om dit te leren. We kunnen dan meelopen met een gespecialiseerd verpleegkundige van Sensire. Ook als je daarna twijfelt aan je bekwaamheid, zijn ze altijd bereid nog een keer met je mee te kijken."

Veel verschillende voordeuren

"Mensen blijven langer thuis wonen en hebben steeds complexere zorg nodig. De cliënten in mijn wijk verschillen heel erg: ik zie jong en oud, mensen die terug thuis komen uit het ziekenhuis, we komen bij mensen die terminaal zijn, mensen die psychiatrische zorg nodig hebben en soms werken we samen met Estinea met mensen die een verstandelijke beperking hebben. Situaties kunnen snel veranderen; dan moet je handelen en schakelen. Cliënten hebben zelf de ernst niet altijd door. Ik heb bijvoorbeeld weleens terug gehoord: ‘Kan het wachten? Ik moet eerst de koeien nog melken.’ Als je dan bij diegene thuis komt, blijkt er wel meer aan de hand te zijn.

Iedereen uit zich anders, dat is aftasten. Hoe kan ik het aan jou uitleggen en hoe kan ik je vertrouwen winnen? Je merkt dat mensen met psychiatrische problemen soms langer aan je moeten wennen. Een van hen zei uiteindelijk: ‘Ik ben blij in mijn hoofd, want jij bent er weer.’ Sommige cliënten zeggen eerst niets en vragen dan ineens: ‘Wil je ook een kopje koffie?’ Daarna komt dan toch een heel verhaal en hoor je wat eigenlijk het probleem is. Het helpt enorm dat je bij Sensire gewoon een spijkerbroek mag dragen in plaats van een stijf, wit gestreken uniform. Mensen voelen zich vrijer en durven meer te delen. We staan naast de cliënt. Ik zeg ook altijd: ‘Je moet niks; je mág mijn advies aannemen.’"

Cliënten zorgen ook voor ons

"Ik merk dat cliënten eraan moeten wennen dat de zorg er anders uit gaat zien. ‘Vroeger kon dat wel’, zeggen ze dan. Het is de kunst om dat goed uit te leggen, maar dan snappen ze het ook wel. Cliënten kijken ook naar ons om en denken met ons mee. Dat merkte je extra sterk in de coronaperiode. Zo hing er een keer een briefje op de staldeur: ‘De staldeur is open. Daar is het tenminste warm en kun je je omkleden. De dames zullen misschien wel naar je kijken.’ In de stal hadden we inderdaad veel bekijks van de koeien. Ook stond daar een thermosfles met koffie klaar, strobalen om op te zitten en een afvalzak om oude kleding en spullen in te doen. Dat is hartverwarmend.

Sowieso maak je dagelijks van alles mee. Eens lagen de medicijnen van een cliënt niet op hun vaste plek. Toen ik ernaar vroeg, zei die: 'O, die heb ik opgeruimd. Ze liggen bij de medicatie van het vee.’ Daar zag ik inderdaad keurig twee potjes: eentje voor de koeien en daarnaast eentje voor Aafje. Het is soms moeilijk om je gezicht in de plooi te houden. Ondanks dat er soms veel drama en verdriet schuilgaat achter de voordeur, kunnen we ook smakelijk lachen samen."

Geschreven door: Aafje Meerdink

Verpleegkundige